Stotteren

Meestal begint stotteren bij een kind tussen het 2e en 7e jaar. Dit kan er als het ware insluipen, geleidelijk en met perioden zonder stotters. Het stotteren kan ook plots starten terwijl het kind voor die tijd volledig zonder stotters sprak. Bij een groot deel van deze kinderen verdwijnen de stotters zonder enige vorm van therapie. Het kind zit midden in een periode waarin hij druk bezig is zijn spraak en taal te ontwikkelen. Stotteren kan als tijdelijke verstoring optreden die verdwijnt naarmate de taalvaardigheden bij het kind toenemen. Er zijn echter ook kinderen die blijven stotteren. Naarmate het stotteren bij het kind langer bestaat nemen de kansen op spontane uitdoving af. Ook wanneer stotteren in de familie voorkomt is de kans op blijvend stotteren groter. Onderzoek heeft aangetoond dat genetische factoren een rol spelen.

Wanner er sprake is van optimale balans, zal ook de spanning tijdens het spreken verminderen en zullen mogelijk de stotters uitdoven.

Meer informatie over stotteren is te vinden op www.stotteren.nl en www.nedverstottertherapie.nl.

Zorgtraject

Samen met de ouders werkt de logopedist naar optimale balans bij het kind of zal deze gedragstherapeutisch te werk gaan. Er bestaan bij kinderen tot 7 jaar twee methodes waaruit gekozen kan worden (RESTART DCM of de LIDCOMBE). De behandeling van deze jonge kinderen gebeurt vooral indirect.

Oudere kinderen en volwassenen die stotteren, zullen direct behandeld worden.

Stem

Iedereen heeft een ander stemgeluid. Door ons stemgeluid zijn we in staat meer uit te drukken dan alleen klanken, woorden en zinnen. We leggen emoties en gevoelens in de stem. Dit kan door toonhoogte verschillen, timbre (klankkleur) en veranderingen van luidheid.
Omdat we geleerd hebben informatie met onze stem door te geven, is een goed stemgebruik belangrijk zowel voor de spreker zelf als voor de luisteraar.
Kortom de stem is een belangrijk onderdeel binnen de communicatie.
U kunt last hebben van een hese, schorre of krakerige stem, een te luide of te zachte stem, maar ook keelpijn, hoestklachten, een brok in de keel (globus), vermoeidheid door het spreken of zelfs het wegvallen van de stem. Deze stemproblemen kunnen door verschillende oorzaken ontstaan en kunnen bij kinderen en volwassenen voorkomen.

Zorgtraject

De logopedist doet stemonderzoek op basis van een door de (KNO-)arts gestelde diagnose. Daarbij wordt gekeken naar: adembeweging en ademsteun, lichaamshouding en stemfunctie. Ook zal onderzoek worden gedaan naar de beweeglijkheid van het strottenhoofd (larynx) en de spieren daaromheen. Vervolgens geven wij voorlichting over de werking en bouw van de stembanden en factoren die invloed hebben op het stemgeluid. Indien wenselijk wordt er vervolgens stemtraining en/of Manuele Facilitatie van de larynx (MFL) gegeven. De stemtraining richt zich op het aanleren van gezond stemgedrag. Een veelgebruikte methode is Lax Vox (bubbelen).
Zie voor meer informatie www.universalvoice.nl
En verder wordt er gewerkt (o.m.) volgens de methode van CVT (Complete Vocal Technique)
Zie voor meer informatie www.completevocal.institute.nl
Stemproblemen met een medische achtergrond worden begeleid, maar ook zangers en beroepssprekers die hun stem beter of vollediger willen leren gebruiken zoals: leerkrachten, acteurs, presentatoren e.d.

Adem

Gezond ademen is een efficiënte en ontspannen ademhaling waarbij voornamelijk door de neus wordt geademd en de ademhaling wordt ondersteund door het middenrif (buikademhaling). De ademhaling verloopt rustig, regelmatig en is afgestemd op de activiteit, zoals spreken of bewegen.
Een gezonde ademhaling vormt een belangrijke basis voor een goede stemgeving, verstaanbare spraak en het voorkomen van overmatige spierspanning.

Om in goede conditie te blijven is het belangrijk om gezond te ademen. De adem en de stem zijn tevens zeer nauw met elkaar verbonden. Wanneer er een gespannen of afwijkende manier van ademen voorkomt, kan dit gevolgen hebben voor het stemgeluid of zelfs stemklachten veroorzaken. Ook benauwdheid of maag- darmklachten zijn soms gerelateerd aan afwijkend ademen.

Zorgtraject

De logopedist doet onderzoek en geeft informatie en advies over de adembeweging. Vervolgens zal de behandeling gericht zijn op het aanleren en trainen van gezond ademen.

Genderdysfonie (transgender)

Er zijn duidelijke verschillen tussen het stemgeluid van vrouwen en die van mannen. Het meest opvallende en daarom belangrijkste verschil is de toonhoogte. Vrouwen spreken met een hogere toonhoogte dan mannen. Dat heeft te maken met de trillingsfrequentie van de stembanden, die bij mannen rond de 120 Hz en bij vrouwen rond de 220 Hz ligt. Tussen deze waarden bestaat een tussengebied waarin stemmen minder duidelijk mannelijk of vrouwelijk klinken. Vrouwen variëren daarnaast meer in toonhoogte, spreken zachter en gebruiken andere uitspraak- en taalpatronen.Bij trans vrouwen verandert de stem niet vanzelf door hormonen. Logopedie kan helpen om op een veilige manier (zonder beschadiging, dysfonie) een hogere en meer vrouwelijke stem te ontwikkelen.

Zorgtraject

Er wordt veel aandacht besteed aan de anamnese. Bij het onderzoek wordt gekeken naar de mogelijkheden.

Tijdens de therapie leert men in stapjes met een hogere toonhoogte te spreken, vanaf losse klanken tot spontane gesprekken. Ook resonantie, articulatie en non-verbale communicatie komen aan bod.

De oefeningen gebeuren vooral thuis, dagelijks ongeveer een half uur, met wekelijkse begeleiding. Het doel is geen onnatuurlijk hoge stem, maar een geloofwaardige, gezonde en bij het uiterlijk passende stem (meestal zo’n 40 Hz hoger). Logopedie focust op factoren die belangrijk zijn voor hoe een stem als vrouwelijk wordt waargenomen.

Natuurlijk kan er ook worden geoefend met het laag geworden (nieuwe) stemgeluid van transmannen of juist in het tussengebied.

 

 

stoornissen ten gevolge van NAH (Niet Aangeboren Hersenletsel)

Afasie

Van afasie spreken we wanneer het begrijpen en uiten van de gesproken en geschreven taal is aangedaan.

Zorgtraject

De logopedist doet onderzoek naar het begrijpen en uiten van de gesproken en geschreven taal. Er wordt nagegaan hoe de communicatie van de patiënt met zijn omgeving (partner, familie) verloopt. In overleg met de cliënt en eventuele partner of familie worden de behandeldoelen bepaald. Daarnaast krijgt u voorlichting en adviezen.

Er worden oefeningen gedaan om het begrijpen van taal, spreken, lezen en schrijven te verbeteren.

Ook wordt u en uw directe omgeving geleerd hoe er met elkaar gecommuniceerd kan worden. Het kan zijn dat een communicatiehulpmiddel zinvol is. Dan zal u hierover geadviseerd worden en zal begeleiding geboden worden. Er wordt, indien nodig, samengewerkt met een fysiotherapeut, ergotherapeut, CVA-verpleegkundige enz.


Dysartrie

Dysartrie is een spraakprobleem dat ontstaat doordat de spraakspieren niet goed worden aangestuurd door de hersenen. Hierdoor kan spreken moeilijker worden en minder duidelijk klinken. De spraak kan bijvoorbeeld traag, zacht, nasaal of onduidelijk zijn.
Dysartrie komt vaak voor bij neurologische aandoeningen, zoals na een herseninfarct of -bloeding (CVA), bij Parkinson of MS.

Zorgtraject

De logopedist doet onderzoek naar het gevoel en het functioneren van de spieren in het gezicht. Ook wordt de stem en de verstaanbaarheid beoordeeld. Geleerd wordt optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden. Vanuit een juiste, symmetrische lichaamshouding worden mondmotoriek, de uitspraak, de ademhaling en de stemgeving behandeld.

De resultaten van de behandeling zijn mede afhankelijk van de ernst en de aard van de ziekte of aandoening. Als u niet tot verstaanbaar spreken komt, zal er een geschikt communicatiemiddel gezocht worden. Dit kan een gebaren- of tekensysteem zijn of een elektronisch communicatiehulpmiddel. Er wordt, indien nodig, samengewerkt met een fysiotherapeut, ergotherapeut, CVA-verpleegkundige, enz.

 

Dysfagie

Dysfagie is een slikstoornis waarbij iemand moeite heeft met het veilig en efficiënt doorslikken van voedsel, drinken of speeksel. Dit kan leiden tot verslikken, hoesten, pijn bij het slikken of het gevoel dat eten blijft steken.

Dysfagie komt vaak voor bij mensen met neurologische aandoeningen zoals een herseninfarct of -bloeding (CVA), Parkinson, MS of na traumatisch hersenletsel, maar kan ook andere oorzaken hebben.

Zorgtraject

De logopedist doet onderzoek naar het gevoel en het functioneren van de spieren in het gezicht, rondom de larynx (strottenhoofd) en naar de slikfunctie.

Vanuit een juiste, zo symmetrisch mogelijke lichaamshouding worden mondmotoriek en het slikken behandeld.

De logopedische behandeling richt zich op veilig en effectief slikken, het aanleren van sliktechnieken en, indien nodig, het aanpassen van voeding of dranken om verslikken te voorkomen.

Er wordt geadviseerd m.b.t. consistentie van de voeding, sliktechnieken, enz.

De resultaten van de behandeling zijn mede afhankelijk van de ernst en de aard van de ziekte of aandoening. Er wordt, indien nodig, samengewerkt met een fysiotherapeut, ergotherapeut, (CVA-)verpleegkundige, diëtist, enz.

Voor meer informatie over deze stoornissen, zie:
www.hersenletsel.nl